Alles over Alexander Pechtold

Hieronder een overzicht van al onze nieuwsberichten, publicaties en overtuigtips met als onderwerp Alexander Pechtold.

Wat zijn jouw eerste woorden?

Gepubliceerd op woensdag 29 juni 2011 (Overtuigtips)

Je staat voor de groep. Bijna iedereen is stil. Een paar mensen kijken nog op de uitnodiging of op hun telefoon, sommigen kletsen nog zachtjes en een enkeling kijkt je afwachtend en met een hoopvolle glimlach aan. Je hebt het woord. Het is tijd. Wat is het eerste dat je zegt?

“Ehmmmm…. Goedemiddag dames en heren…. Mag ik uw aandacht?”
Dat klinkt beleefd, maar, nee.

“Hallo ik ben [naam]…” dan?
Nee. Zéker niet. Begin nooit met je naam.

De eerste zin die je uitspreekt is namelijk de belangrijkste zin die je uit kunt spreken. Deze moet ervoor zorgen dat je publiek naar je gaat luisteren. De zinnen hierboven, hoe beleefd en logisch ze ook lijken, trekken niet de aandacht. De kans is groot dat je met die zin geen enkele verandering bij de mensen in het publiek teweegbrengt. Ze zitten er nog precies hetzelfde bij, en dat terwijl ze jou juist hun onverdeelde aandacht zouden moet geven.

Hoe dan wel?

Maak mensen nieuwsgierig! Dat kan met een goed citaat – zo eentje waarvan de betekenis later pas duidelijk wordt – of een grap, een anekdote, een pregnant voorbeeld. Het maakt niet uit wat je kiest als je maar snapt dat het je eerste taak is om mensen nieuwsgierig te maken.

Voorbeelden zijn er te over. Alexander Pechtold, eerder actief als veilingmeester, begon eens een congresspeech met een verhaal over een arme man die een waardevol schilderij op zolder vond. De zaal zat geamuseerd en verrast te luisteren. James Bond-films beginnen met een spannend mini-filmpje. En voor de tune I’ll Be There For You start, is bij een aflevering van Friends de eerste grap al gevallen.

Maak van je eerste zin een aandachtstrekker. En maak er werk van. Ga er voor zitten. Oefen ‘m een paar keer hardop. Want voordat je publiek naar je luistert, moet je er zelf voor zorgen dat je toehoorders naar je gáán luisteren.

Kiezer schiet weinig op met matig en weinig memorabel debat

Door onze experts Lars Duursma en Victor Vlam

Gepubliceerd op maandag 28 februari 2011 (Publicaties)

Het EénVandaag-debat begon zo veelbelovend, toen presentator Pieter Jan Hagens zich hardop afvroeg of er een tweede kerncentrale moet komen in Zeeland en of vliegveld Eelde een langere landingsbaan moet krijgen om meer vakantievluchten mogelijk te maken. Helaas. Binnen een minuut werd duidelijk dat het debat dáár niet over zou gaan.

Want volgens de organisator van het debat gaan deze verkiezingen voor de kiezer vooral over landelijke thema’s. Noem het een self-fulfilling prophecy. Tijdens alle verkiezingsdebatten worden landelijke politici uitgenodigd en landelijke thema’s geagendeerd. En omdat het maatschappelijk debat vervolgens vooral over landelijke thema’s gaat, worden bij de eerstvolgende verkiezingsdebatten landelijke politici uitgenodigd en landelijke thema’s geagendeerd.

Verliezer

Het debat ging niet alleen over landelijke thema’s, maar vooral ook over dezelfde landelijke thema’s. Opnieuw ging een verkiezingsdebat over de economie en over onderwijs. Enkel het blok immigratie en veiligheid was vervangen door een blokje over de zorg. Het leidde tot een voorspelbaar debat met exact dezelfde ingrediënten als alle voorgaande debatten. Deelnemers reproduceerden een paar oneliners, vingen elkaar vliegen af en herhaalden dingen die ze in eerdere debatten ook al hadden gezegd. Winnaars kende het debat niet. Wél een grote verliezer: de kiezer.

Lees meer »

Spektakel bij Pauw & Witteman: amusant maar geen eerlijk debat

Door onze experts Lars Duursma en Victor Vlam

Gepubliceerd op donderdag 17 februari 2011 (Publicaties)

Amusement. Dat is wat de makers van “De Slag om de Eerste Kamer” duidelijk voor ogen hadden toen ze het format ontwikkelden. Politici kwamen op als gladiatoren, bijdragen werden afgekapt met fanfaremuziek en enkele honderden fanatieke supporters zorgden voor aanmoediging. Kijkers konden net als bij Idols stemmen per sms en de uitkomst van de stemmen werd direct geduid door Maurice de Hond. Spectaculair was het zeker. Maar met een goed verkiezingsdebat had dit niets te maken volgens de debatexperts van Debatrix.

Perceptie

Om te beginnen was het debat volstrekt niet eerlijk voor de deelnemers. Bij Amerikaanse verkiezingsdebatten zijn er strikte regels. Zo is het verboden voor de regie om zogenaamde reaction shots te tonen: reacties van mensen in het publiek. En dat heeft een reden. Eén close-up met hevige instemming of afkeuring kan de kijker meer beïnvloeden dan wat er daadwerkelijk door de deelnemers aan het debat wordt gezegd. De regie krijgt zo een veel te grote invloed op de publieke perceptie van het debat.

Lees meer »

NOS debat: Politici van toen verdedigen regeringsbeleid van nu in tempo van morgen

Door onze experts Lars Duursma en Victor Vlam

Gepubliceerd op dinsdag 15 februari 2011 (Publicaties)

Tijdens het NOS Nederland Kiest verkiezingsdebat probeerden lijsttrekkers van een vorige generatie het regeringsbeleid van de huidige generatie te verdedigen in het tempo van een volgende generatie. Het leverde een merkwaardig schouwspel op, waarin zorgvuldig voorbereide oneliners en langdradige statements elkaar in een razend tempo afwisselden. Volgens de debatexperts van Debatrix debatteerden Roger van Boxtel, Machiel de Graaf en Marleen Barth het sterkst.

Daarbij viel vooral op hoeveel moeite de lijsttrekkers deden de favoriete oneliners van hun partijgenoten te herhalen. Tiny Kox noemde de bezuinigingen van het kabinet “oneerlijk en dom, oliedom zelfs” – een formulering die de SP al anderhalf jaar gebruikt om bezuinigingen op onderwijs te typeren. Machiel de Graaf herhaalde keer op keer hoe hoofddoekjes “een symbool van vrouwenonderdrukking” zijn – exact de woorden die Geert Wilders dikwijls gebruikt. En Loek Hermans sprak in krachtige Rutte-taal: “Niet de overheid maakt de samenleving, maar de burger doet dat.” Het lijkt erop alsof het steeds minder uitmaakt welk partijlid je uitnodigt bij een verkiezingsdebat: je bent verzekerd van dezelfde oneliners.
Lees meer »

Je collega heeft een naam hoor!

Gepubliceerd op woensdag 10 november 2010 (Overtuigtips)

Wekelijkse overtuigtipWanneer we spreken namens een organisatie trappen we er allemaal in. We spreken namens ‘wij’ en ‘ons’ en merken al net zo gemakkelijk op dat ‘een collega’ er mee bezig is. Dit is vage taal die afstand creëert tussen de organisatie en met wie je praat. Het klinkt erg onpersoonlijk en het maakt het voor de klant moeilijker een relatie met de organisatie op te bouwen.

Lees meer »

NOS debat: analyse non-verbale communicatie

Door onze expert Fabienne de Vries

Gepubliceerd op woensdag 9 juni 2010 (Publicaties)

Door nader te kijken naar non-verbale communicatie, zie je dingen die je anders niet ziet. Dingen die de lijsttrekkers zelf liever verborgen houden: onzekerheden en intenties. Daarom de vraag: hoe gedragen de lijsttrekkers zich non-verbaal? En wat is er veranderd ten opzichte van eerdere debatten?

Lees meer »

Lijsttrekkers spelen op safe in weinig memorabel EénVandaag-debat

Door onze experts Lars Duursma, John Bijl en Victor Vlam

Gepubliceerd op maandag 7 juni 2010 (Publicaties)

Behoedzaam meden de lijsttrekkers elk onnodig risico in het EénVandaag-debat. In vergelijking met eerdere verkiezingsdebatten werd er weinig aangevallen. Inhoudelijk draaide het debat uit op een herhaling van zetten, waarbij de lijsttrekkers vooral inmiddels bekende soundbites aanhaalden. Met de voorsprong die de VVD nu heeft zal vooral Mark Rutte daar blij mee zijn.

Het was daarbij vooral opvallend met hoe weinig pathos (bezieling) de lijsttrekkers hun punten brachten. Zelden deden ze een poging de kiezer te doordringen van het belang van deze verkiezingen. Zelden brachten ze hun argumentatie met gevoel en illustreerden ze deze met aansprekende voorbeelden of anekdotes. En zelden zal de kiezer echt in beroering zijn gebracht door de bijdrage van de lijsttrekkers.

Lees meer »

Carré-debat: analyse non-verbale communicatie

Door onze expert Fabienne de Vries

Gepubliceerd op donderdag 27 mei 2010 (Publicaties)

Sommige lijsttrekkers houden hun katheder angstvallig vast. Anderen hangen er aan vast alsof het de toog is in hun favoriete kroeg. De non-verbale presentatie zegt veel over de manier waarop lijsttrekkers in het debat zitten. Een beschrijving per spreker.

Emile Roemer

Roemer heeft het vermogen de mensen te laten smelten. Dat zit hem natuurlijk in die guitige lach. Maar ook zijn ogen lachen en spreken, als één van de weinige overigens! Zijn gezichtsspieren zijn goed ontwikkeld en hij werkt er ook mee. Hij kijkt recht en oprecht in de camera, waardoor je als kijker je ook persoonlijk voelt aangesproken. Het kan ook in het postuur zitten: vollere mensen komen minder bedreigend over. Zijn articulatie is niet heel sterk, waardoor je meer naar de persoon kijkt dan luistert naar wat hij zegt. Tot slot was hij de enige die gebruik maakte van ‘de kracht van de stilte’. Tijdens de vragenronde bij Mariëlle Tweebeeke antwoordde hij met een brede lach en stilte; onzekerder kun je een gesprekspartner op dat moment niet maken. Om dan te antwoorden met een rake grap is niet alleen een kunde, maar zorgt er gelijk voor dat het onderwerp in één klap wordt afgesloten. De stilte heeft gewonnen!

Mark Rutte

De meest opvallende beweging van Rutte in dit debat was het nee-schudden. Iets anders dat opviel waren ineens de snuifjes en slis-geluidjes na een aantal zinnen. Deze zeggen grofweg hetzelfde als “…dus! …”, een uiting die het voorgaande vaak ontkracht. Veel beter was zijn lagere stemhoogte en spreektempo, waardoor hij nog meer rust en standvastigheid uitstraalde. Ondanks dat hij moest knokken voor behoud was hij minder drammerig, toonde hij zich comfortabel in zijn verhaal en kwam hij zeer geconcentreerd over.

Job Cohen

Cohen begon al direct met een aanvallende rechte, revancherende houding. Zijn ogen sloten zich langzaam, iets wat geruststellend werkt. Zijn handen hield hij consequent in een ‘ok-teken’ (duim-op-wijsvinger), alleen bij de vragen van Mariëlle Tweebeeke stond hij af en toe even met zijn voeten te wippen. Het verried zijn onzekerheid. Cohen stond duidelijk op scherp en had al zijn energie nodig om zich goed te concentreren.

Geert Wilders

Het begint een beetje een patroon van hem te worden om bozig, vurig en scherp in het begin van een debat te zijn, waarna hij de touwtjes wat laat vieren en zijn menselijke kant laat zien door humor en ontspanning. In lichaamstaal is dat te zien door een koude kille blik die later in schalkse lachjes verandert. Tijdens zijn stand-ups was hij opvallend rustig, ook in zijn handgebaren. Het duidt erop dat hij zich goed voelt zodra hij de totale aandacht heeft. Er is alleen één ding. Steeds nadat Wilders een statement heeft gemaakt gaat zijn tong die langs zijn tanden terwijl hij zijn lippen gesloten tuit. Het kan natuurlijk gewoon een tic zijn, maar in de vakliteratuur wordt het in dezelfde categorie geplaatst als het duimzuigen bij kinderen en bij volwassenen het aan de mond zetten van een vinger, aan een sigaret zuigen of op kauwgom kauwen. Vaak wordt het gebaar verklaard vanuit een innerlijke behoefte aan bevestiging.

Femke Halsema

Vooral met haar oogopslag toont Halsema een ogenschijnlijk oprecht gevoel van zorg en bezorgdheid in haar speeches. Tijdens het debat houden haar heen-en-weer flitsende ogen haar collega’s scherp in de gaten. Dit continu kijken zou een zoek naar bevestiging of reactie kunnen zijn en onzekerheid verraden. Tijdens haar spreken zet ze regelmatig haar kaken op slot, waardoor ze snedig overkomt. Door haar korte ademhaling kan ze gehaast overkomen, met als gevolg opgezwollen aderen in de nek. Dit geeft een gespannen indruk.

Jan Peter Balkenende

Ook Balkenende leek scherper en geconcentreerder dan bij het Premiersdebat. Zijn stem is rustig en laag. Hij heeft een hele duidelijke articulatie en een mooie intonatie. Ook zijn voeten staan in een keurige ‘recht onder de heupen’-positie, wat zijn woorden kracht geeft. Het viel op dat Balkende veel knippert met zijn ogen. Zes tot acht keer per minuut is normaal: de ogen zijn dan slechts een tiende van een seconde gesloten. Mensen die onder druk staan, gaan in hogere frequentie knipperen. Het verschijnsel komt voor bij hen die bewust anderen willen misleiden of uit een gevoel voor superioriteit. De afgemeten houding maken de CDA-leider iets te politiek correct en hij komt daarmee nog steeds wat betweterig over. Zodra hij (in beeld) uit zijn comfortzone wordt gehaald wordt hij ietwat onhandig.

André Rouvoet

Rouvoet stond er minder strak dan bij Kamerdebatten. Sterker nog: hij wist de weinige emotie in de haast onveranderlijke onderste helft van zijn gezicht regelmatig te relativeren met gortdroge humor. Het is waarom we hem zijn doordringende gelaatsuitdrukking wel weer vergeven. De afwisseling zorgde voor een ontspannen indruk. Toch leidden zijn drukbewegende wenkbrauwen te veel af van zijn boodschap. Door zijn handen steeds samen te knijpen, lijkt Rouvoet moeite te hebben met momenten waarop zijn gesprekspartner onvoldoende meebeweegt. Deze laatste twee elementen missen het moreel leiderschap dat Rouvoet verbaal uitspreekt.

Alexander Pechtold

Pechtold droeg een lichtpaarse stropdas, en een glanzende ook nog! Wellicht dat hij daarmee een bepaald signaal wilde afgeven, maar de indruk was flets. Hoe dan ook: hij stond strak in het pak. Iets te strak, waardoor hij in het begin nogal opgeknoopt en verkrampt overkwam. Je zou hem het liefst door elkaar willen schudden om de joviale Pechtold terug te krijgen. Het lastige van Pechtold is dat hij het ene moment Kennedy-achtige ‘puppy-dog eyes’ heeft en als hij zich boos maakt al met opengesperde ogen overkomt alsof hij van autocue leest. De emotie is daarmee niet eenvoudig te peilen, waardoor je het vuur in zijn betoog mist. Mede door de ongereguleerde ademhaling en intonatie blijft Pechtolds boodschap niet hangen. Het geforceerde staan het persoonlijke in de weg. Ik zou tegen hem willen zeggen: Pechtold, gooi je haar los!

Carré-debat: format overzichtelijk, maar interactie te verstrooid

Door onze expert John Bijl

Gepubliceerd op donderdag 27 mei 2010 (Publicaties)

Overzichtelijkheid is een belangrijk criterium voor de kwaliteit van een debat. Wat dat betreft was het gisteravond georganiseerde Carré-debat een absolute winst ten opzichte van de eerdere verkiezingsdebatten. Toch is het de vraag of de zaken waar kiezers hun mening bij verkiezingen op baseren voldoende aan de orde zijn gekomen. Dat lag vooral – maar niet uitsluitend – aan de gedrevenheid van de uitgenodigde debaters.

De organiserende partijen RTL, BNR en Elsevier hebben duidelijk veel aandacht besteed aan de opzet van het debat. Zo was er een beperking van spreektijd, concrete thematiek en goed geleide interactie. Het gevolg? De lijsttrekkers spraken in tegenstelling tot eerdere debatten zelden echt door elkaar heen. Door het scherpe format heeft het debat aan overzicht gewonnen. Iedere politicus kreeg voldoende tijd om zijn of haar standpunt duidelijk te maken. Dat dát niet altijd lukte is geen verwijt aan de organisatie. Want niet iedere politicus bleek goed in staat de betogen van respectievelijk 45 en 30 seconden ten volle benutten.

Wél valt het format aan te rekenen dat met zoveel persoonlijke spreektijd een flink deel van de avond niet is opgegaan aan debat, maar aan monoloog en interview. Met een dikke twintig minuten monoloog en in totaal bijna veertig minuten één-op-één interview tijdens een programma van effectief anderhalf uur, was de mate van interactie — waarin het verschil tussen de partijen écht duidelijk moest worden — vrij beperkt. Door elke spreker uit te nodigen het woord tot de kiezer te richten, stonden de openingsbetogen regelmatig ver van de stelling waarover het debat had moeten gaan. De omschakeling van een betoog aan de kiezer naar een debat met de opponenten bleek ook moeizaam voor de deelnemers. Het bevorderde niet de mate en kwaliteit van interactie.

Gebrek aan duidelijkheid

Ook boden de betogen niet de duidelijkheid van het eigen standpunt die nodig is als uitgangspunt voor een inhoudelijk debat. Zo hield Mark Rutte een betoog dat leidde tot een standpunt over fusies in de zorg, waarna hij vrolijk debatteerde over de hoogte van de individuele zorgbijdrage. Femke Halsema maakte een emotioneel appèl aan de Nederlander om meer bij te dragen aan zorg voor gehandicapten en ouderen, om vervolgens verrassend te beweren dat men niet méér hoefde te betalen. En Geert Wilders moest tot twee keer toe worden gevraagd niet uit te wijden over zijn vaste thema’s maar zich dichter bij de stelling te houden.

Verrassend genoeg en mede door de kordate wijze waarop Nieman de interactie begeleidde, had het debat zelf niet heel erg veel te leiden onder dit gebrek. De sprekers richtten zich in de interactieve ronde met graagte tegen de anderen. Vooral om hen aan te spreken en aan te vallen op onduidelijkheid, onzekerheid of in ogen van de aanvaller onjuiste conclusies. Dit bleek ook weer de makke van dit debat. Ondanks dat de aanvallen zoals bij eerdere debatten géén kanonnade aan interrupties waren, bleven ze een hoofdrol spelen in de vier korte debatten. Of het nu kwam door tijdstekort of door de competenties van de sprekers: aan een inhoudelijk debat met argumenten voor de kiezer om zelf een afweging te maken tussen de verschillen in partijen of lijsttrekkers, kwam men niet toe. Aanvallen waren gedetailleerd (Pechtold: “we hebben het over 50 euro!”, Balkenende citeert uit verkiezingsprogramma’s), kende weinig lijn (meermaals: “maar hoe denkt u over…”) en leken los te staan van de thematiek (“breekpunt”).

Voor of tegen

Van verrassende waarde bleek de verplichting van de organisatie om na het houden van een openingsbetoog met een rode of groene lamp een stem voor of tegen de stelling uit te brengen. Dit leidde niet tot een extra aanmoediging in het debat, maar gaf na een soms onduidelijk betoog wel aan wáár een politieke partij voor kiest.

Een compliment is er zeker voor de tijdsbewaking en aankondiging van de sprekersvolgorde door debatleider Nieman. Nieman begreep duidelijk dat een van zijn taken was het debat overzichtelijk te laten verlopen. Het was beter geweest om bij betogen de klok zichtbaar voor de sprekers (maar onzichtbaar voor de kijker) mee te laten lopen, zoals bij debatten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk het geval is. De belangrijkste kwaliteit van de gesprekleider was zonder meer de manier waarop hij de spreektijd verdeelde. Meermaals liet hij sprekers bij directe aanvallen op hun persoon niet direct spreken, maar verlegde hij eerst het woord. Mede hierdoor, samen met het tijdsformat en het gebrek aan ruimte voor interactie werd het gehakketak en het gewelles-nietus voorkomen. Toch valt op te merken dat de journalist en interviewer Nieman zijn rol van inhoudelijk begeleider met meer moeite wist te vinden. Zijn toelichtende vragen waren gericht op de spreker en verlegden onvoldoende het woord terug in het debat.

Mariëlle Tweebeeke

Een laatste woord is voor de één-op-één interviews gehouden door RTL -nieuwslezer Mariëlle Tweebeeke. De afwisseling was verfrissend, hoewel ze ten koste ging van interactie tussen de lijsttrekkers. Tweebeeke vervulde haar rol met verve, beet vast en liet zich met twee uitzonderingen (Balkenende’s “u kijkt zo lief” en Roemer’s charmeoffensief) niet afleiden van haar taak een lijsttrekker te confronteren – en zelfs bij die incidenten pakte ze haar rol snel weer op. De vragen leken wel van wisselend niveau doordat de ene lijsttrekker met uitsluitend inhoudelijke vragen werd geconfronteerd (Rutte met zijn positie over de hypotheekrenteaftrek en Roemer met zijn werkgelegenheidspolitiek) en de ander met suggestieve, haast normatieve vragen (de vraag “waar heeft u het verloren?” aan Pechtold). Daarbij was het format sterker uit de verf gekomen wanneer er ook een inhoudelijke relatie was geweest tussen de vraag en het te voeren debat met de anderen.

Per saldo heeft de kijker een prettig uitgevoerd en onderhoudend debat gezien. Dat eerste is een compliment, dat laatste een lofuiting met een ondertoon. Kiezers kunnen zich de vraag stellen of datgene waar zij hun mening voor de verkiezing op baseren voldoende in dit de debat aan de orde zijn gekomen. De bijdragen bleven weinig concreet, de aanvallen te gedetailleerd en de interactie te verstrooid. En dat is niet alleen een opmerking aan het adres van de organisatie of de gespreksleiding, maar zeker ook aan het adres van de optredende politici.

Radio 1 Debat: Mark Rutte domineert eerste verkiezingsdebat

Door onze experts John Bijl, Victor Vlam en Eric Stam

Gepubliceerd op vrijdag 21 mei 2010 (Publicaties)

Het eerste debat tussen de lijsttrekkers op Radio 1 werd volgens de debatexperts van Debatrix gedomineerd door Mark Rutte. Hij maakte het zijn directe tegenstanders lastig door genadeloos te hameren op de bezuinigingen en hen vaak hard aan te vallen. Cohen en Balkenende bleven overeind maar zijn beschadigd. De grote verrassingen in dit debat waren André Rouvoet en Marianne Thieme.

Lees meer »

Radio 1 Debat: voorbeschouwing

Door onze expert Victor Vlam

Gepubliceerd op donderdag 20 mei 2010 (Publicaties)

Het Radio 1 debat is het eerste verkiezingsdebat waar de lijsttrekkers elkaar treffen in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. Daarmee is het de eerste kans om te zien welke strategieën de lijsttrekkers zullen volgen. Niet alleen voor de kiezers, ook voor de lijsttrekkers. Daarmee is de uitkomst van het debat onvoorspelbaar en waarschijnlijk toonzettend voor de rest van de verkiezingsstrijd.

Waar moeten we op letten tijdens het debat?

Lees meer »

Hoe voer je constructief oppositie?

Gepubliceerd op woensdag 21 april 2010 (Overtuigtips)

Wekelijkse overtuigtipAls je de grootste tegenstander van een plan of voorstel bent, zeg dan niet alleen dat je er tegen bent. Zeg ook waar je dan wél voor bent. Niet alleen zullen anderen dit als constructief ervaren, maar je voert ook effectiever oppositie.

Als je alleen maar ergens tegen bent, kan je hooguit in de marges afdingen op de voordelen. Misschien zijn mensen het eens met je (“hij overdrijft inderdaad wel een beetje”). Maar zonder een alternatieve visie is tegen stemmen toch best een drempel voor mensen. Door wel een alternatief te bieden geef je jezelf de kans om niet in de marges te argumenteren, maar een alternatief kader op te zetten. Vanuit jouw uitgangspunten en visie.

Lees meer »

Niemand weet wat Alexander Pechtold eigenlijk wil

Door onze experts Lars Duursma en Victor Vlam

Gepubliceerd op dinsdag 20 april 2010 in nrc.next

pechtold2Alexander Pechtold formuleert krachtig, reageert ad rem en verzint vaak creatieve manieren om zijn argumenten overtuigend over te brengen. Toch stelt hij regelmatig teleur tijdens de verkiezingsdebatten op televisie. Precies datgene dat Pechtold zo succesvol maakt in debat met Geert Wilders, vormt zijn achilleshiel bij debatten met anderen.

Lees meer »

Als je je buurman introduceert, doe het dan goed

Door onze expert Lars Duursma

Gepubliceerd op vrijdag 18 september 2009 in NRC Handelsblad

Ineens was hij daar: Joost. Op de eerste dag van de Algemene Beschouwingen introduceerde PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer haar buurman bij het grote publiek. Ze vertelde hoe Joost zich zorgen maakt over zijn handel in DAF-trucks en over de toekomst van zijn kinderen. Nauwelijks was Hamer klaar met spreken, of Alexander Pechtold nam het woord: „De PvdA heeft haar eigen ‘Joe the Plumber’ en dat is ‘Joost de Buurman’”, zei de leider van D66 met een verwijzing naar de loodgieter die tijdens de Amerikaanse verkiezingen werd opgevoerd als schoolvoorbeeld van de doorsnee-Amerikaan.

Lees meer »

Politici falen in debat met Wilders

Door onze experts Lars Duursma en Roderik van den Bos

Gepubliceerd op zaterdag 29 september 2007 in NRC Handelsblad

Vingertje naar WildersHoe ga je om met iemand die compromisloos debatteert? Die vraag dringt zich op bij het zien van de vele televisiebeelden waarin Geert Wilders excelleert in de Tweede Kamer. Wat doen de politici verkeerd? En hoe moet het wél?

Speel niet op de man, maar praat over de inhoud

Na afloop van het debat over islamitisch activisme verzuchtten veel Kamerleden dat PVV-leider Geert Wilders alwéér met succes een debat had gegijzeld. Tijdens de Algemene Beschouwingen namen de overige partijen weliswaar afstand van het gedachtegoed van Wilders, maar maakten het hem geen moment echt lastig. Het wordt tijd dat politici eens kritisch kijken naar de wijze waarop zij het debat met Wilders aangaan. “Ik vond dat u net geen lichtend voorbeeld was van hoe wij in Nederland met elkaar om moeten gaan,” interrumpeerde Femke Halsema. Wilders: “Dat is dan heel jammer.”

Lees meer »

Alexander Pechtold: In het keurslijf van Pietje Bell en D66

Door onze expert Lars Duursma

Gepubliceerd op dinsdag 10 oktober 2006 in nrc.next

Alexander PechtoldAlexander Pechtold vecht tijdens debatten vaak tegen de verwachtingen die toehoorders van hem hebben. Begin dit jaar werd in Rotterdam een debat georganiseerd tussen Pechtold en Marco Pastors, ex-wethouder van Leefbaar Rotterdam en nu lijsttrekker van EénNL. Het debat was aangekondigd als een strijd tussen de ‘Pietje Bells’ van de Nederlandse politiek. Beide sprekers hadden veel aanhang opgetrommeld. Onderwerp van discussie: de Antillianenproblematiek. Pechtold gaf de zaal een mini-college over het koloniale verleden van Nederland en de verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit. Licht applaus van de D66’ers volgde. Lees meer »

Lijsttrekkersdebat D66: Lousewies was vooral kleurloos

Door onze experts Lars Duursma en Job ten Bosch

Gepubliceerd op vrijdag 23 juni 2006 in het Financieele Dagblad

De lijsttrekkersdebatten bij D66 tussen Alexander Pechtold en Lousewies van der Laan, en zes anderen, boden geen enkele duidelijkheid. De partijleden zijn geen haar wijzer en de partij is geen steek verder.

D66 is een partij die vecht voor haar leven, of dat althans zou moeten doen. De leden snakken naar een leider die de partij politieke legitimiteit kan verschaffen zonder hun idealen te grabbel te gooien. Deze messias van het redelijk alternatief heeft zich echter nog altijd niet aan de ongelovigen kenbaar gemaakt. Geen van de deelnemers aan het slotdebat om het partijleiderschap leek te beseffen hoe beroerd D66 ervoor staat.

Favorieten Alexander Pechtold en Lousewies van der Laan waren het op vrijwel alle punten roerend met elkaar eens, maar dit was nu juist niet de bedoeling. Want hoewel doel van het debat was om de verschillen tussen de deelnemers zichtbaar te maken, grepen de ‘kemphanen’ elke gelegenheid aan om hun overeenkomsten te benadrukken. Pechtold kon desgevraagd zelfs niet één verschil tussen hem en zijn tegenstreefster noemen.

Nu was de minister ook enigszins in het nadeel. Zijn positie binnen het kabinet stond hem niet toe zich zo vrij te uiten als zijn belangrijkste tegenstander. Pechtold moest zich bovendien voortdurend verweren tegen suggestieve vragen van de gespreksleiders. In een debat kan hij zich uit een dergelijke situatie redden door aan ieder antwoord op een vraag een eigen punt toe te voegen. Zo had Pechtold het initiatief naar zich toe kunnen trekken, maar hij liet dit na.

De minister bleek overigens zo nu en dan best aardig te kunnen debatteren. Hij verweet Van der Laan herhaaldelijk op zeer felle toon dat zij met haar stelselmatige verwijzingen naar islamitische scholen de discussie over de vrijheid van onderwijs vervuilt. ‘Op de Veluwe’, voegde hij haar toe, ‘zijn de scholen veel sektarischer!’ Het publiek reageerde uitgelaten. Een bedeesde Van der Laan kon niets beters bedenken dan: ‘Dit onderwerp leent zich niet voor simplificaties en oneliners.’ Een luid boe-geroep was haar deel.

Pechtold liet direct blijken niet voor het zwaktebod van de fractievoorzitter onder te willen doen. Toen Van der Laan aangaf best tweede op de kieslijst te willen staan achter Pechtold, vroeg deze haar: ‘Ben ik nu dan wel weer geloofwaardig?’ Een beetje dom. Vijf minuten lang spitste de discussie zich toe op de politieke geloofwaardigheid van de minister, uitgerekend zijn achilleshiel.

Van der Laan was vooral kleurloos. Ze maakte geen grote fouten, maar wist het publiek ook niet in vervoering te brengen. Als ze al een fout maakte, dan was het dat ze haar centrale boodschap – die ze voorafgaand aan het debat uitgebreid had gepromoot – onvoldoende over het voetlicht bracht. Dat gold overigens ook voor Pechtold.

De debatten in aanloop naar de tweede kamerverkiezingen beloven een zware dobber te worden voor de nieuwe lijsttrekker, wie dat ook mag worden. Juist een partij van de nuance heeft een bekwaam debater nodig om ingewikkelde standpunten overtuigend over te brengen. Die heeft zich niet laten zien.

  • Nieuws & publicaties
  • Gratis overtuigtips

Een akkoord framen, hoe doe je dat?

21/5 - Politici in Nederland zouden meer moeten letten op de termen die ze gebruiken, betoogt Lars Duursma in NRC Handelsblad. Ze kunnen van grote invloed zijn op de kiezer. Maar alleen...

Lees verder »

Topondernemers aan het woord in boek over groei

26/4 - Lars Duursma is samen met 63 andere ondernemers geïnterviewd voor ‘Growth in a difficult decade’. Het boek heeft een wereldwijde oplage van één miljoen exemplaren en alle opbrengsten gaan naar...

Lees verder »

Meer nieuws & publicaties

16/5Wil je overtuigen? Noem óók een nadeel!
9/5Kies!
2/5Geef eens géén advies
18/4Het geheim van een goede pitch

Ontvang gratis overtuigtips!

Meld u nu aan voor onze wekelijkse overtuigtips en ontvang elke woensdag een concrete strategie die u direct kunt toepassen om uw collega's, klanten of partner te overtuigen.

Zo'n 3.000 mensen ontvangen wekelijks onze beste overtuigtips. Zij leerden onder meer hoe je een controversieel voorstel verdedigt en hoe je slecht nieuws vertelt aan een goede relatie.

Meld u nu aan:

Ik ontvang graag elke week
een gratis overtuigtip!
(1x per week - afmelden is simpel)

Recente overtuigtips

16/5Wil je overtuigen? Noem óók een nadeel!
9/5Kies!
2/5Geef eens géén advies
18/4Het geheim van een goede pitch
11/4Wanneer je als vrouw een beetje een soort van zeg maar overtuigt
Gratis overtuigtips Geef ons feedback