Alles over Jan-Peter Balkenende

Hieronder een overzicht van al onze nieuwsberichten, publicaties en overtuigtips met als onderwerp Jan-Peter Balkenende.

NOS debat: analyse non-verbale communicatie

Door onze expert Fabienne de Vries

Gepubliceerd op woensdag 9 juni 2010 (Publicaties)

Door nader te kijken naar non-verbale communicatie, zie je dingen die je anders niet ziet. Dingen die de lijsttrekkers zelf liever verborgen houden: onzekerheden en intenties. Daarom de vraag: hoe gedragen de lijsttrekkers zich non-verbaal? En wat is er veranderd ten opzichte van eerdere debatten?

Lees meer »

NOS Debat: Lijsttrekkers verzuimen belang van deze verkiezingen uit te leggen

Door onze experts Lars Duursma, John Bijl en Victor Vlam

Gepubliceerd op dinsdag 8 juni 2010 (Publicaties)

Het NOS lijsttrekkersdebat werd neergezet als een strijd om de zwevende kiezer. Maar feitelijk was het voor de lijsttrekkers minstens zo belangrijk dit debat aan te grijpen om hun eigen achterban naar de stembus te krijgen. Om de kiezer het gevoel te geven dat elke stem telt. En dat de kiezer daadwerkelijke invloed heeft op de toekomst van het land.

Wat dat betreft deed Job Cohen goede zaken tijdens het NOS lijsttrekkersdebat. Hij benadrukte het belang van deze verkiezingen door te waarschuwen voor een mogelijke tweedeling van de samenleving. Deze verkiezingen, zo sprak hij, gaan over “de richting van het land”. En wil de kiezer een progressieve coalitie, dan is het volgens Cohen cruciaal dat de PvdA de grootste partij wordt. Daarmee spoorde hij niet alleen zijn eigen achterban aan om beslist naar de stembus te gaan, maar zou hij ook wel eens twijfelende kiezers het argument gegeven kunnen hebben om in het stemhokje uiteindelijk toch voor zijn partij te kiezen.

Lees meer »

Lijsttrekkers spelen op safe in weinig memorabel EénVandaag-debat

Door onze experts Lars Duursma, John Bijl en Victor Vlam

Gepubliceerd op maandag 7 juni 2010 (Publicaties)

Behoedzaam meden de lijsttrekkers elk onnodig risico in het EénVandaag-debat. In vergelijking met eerdere verkiezingsdebatten werd er weinig aangevallen. Inhoudelijk draaide het debat uit op een herhaling van zetten, waarbij de lijsttrekkers vooral inmiddels bekende soundbites aanhaalden. Met de voorsprong die de VVD nu heeft zal vooral Mark Rutte daar blij mee zijn.

Het was daarbij vooral opvallend met hoe weinig pathos (bezieling) de lijsttrekkers hun punten brachten. Zelden deden ze een poging de kiezer te doordringen van het belang van deze verkiezingen. Zelden brachten ze hun argumentatie met gevoel en illustreerden ze deze met aansprekende voorbeelden of anekdotes. En zelden zal de kiezer echt in beroering zijn gebracht door de bijdrage van de lijsttrekkers.

Lees meer »

EénVandaag-debat: voorbeschouwing

Door onze expert Victor Vlam

Gepubliceerd op maandag 7 juni 2010 (Publicaties)

Het EénVandaag-debat belooft het spannendste debat te worden in de verkiezingsstrijd tot nu toe. Zal het gat tussen de VVD en de PvdA nog kleiner worden? Aan het EénVandaag-debat vanavond doen zes lijsttrekkers mee: Mark Rutte, Job Cohen, Jan Peter Balkenende, Femke Halsema, Emile Roemer en Geert Wilders. Wat mogen we van ze verwachten?

Lees meer »

De 5 beste oneliners in verkiezingsdebatten

Door onze expert Victor Vlam

Gepubliceerd op vrijdag 4 juni 2010 (Publicaties)

In de Nederlandse verkiezingsdebatten tot nu toe hebben we ze nog nauwelijks voorbij zien komen: die ene zin die meer zegt dan een heel boek en waarover iedereen het de volgende dag heeft. De oneliner. De kracht van een goede oneliner is dat hij onbegrensde impact heeft. Hij kan de koers van de campagne veranderen. Hieronder een aantal van de beste onliners die zijn gebruikt tijdens verkiezingsdebatten.

“Senator, you’re no Jack Kennedy”

Lloyd Bentsen | 1988

Om aan te tonen dat hij – Dan Quayle, vice-presidentskandidaat van George Bush – wél voldoende ervaring had, vergelijk hij zichzelf met de geliefde president John F. Kennedy. Zijn tegenstander was Lloyd Bentsen die in een collega Afgevaardigde was van Kennedy in het Congres. Bentsen pareerde de aanval op legendarische wijze. Het publiek dat de opdracht had stil te zijn tijdens het debat, brak uit in applaus.

Volgens veel insiders was het antwoord van Bentsen niet spontaan. Quayle trok regelmatig in speeches tijdens evenementen van de campagne de vergelijking met Kennedy. Bush en Quayle wonnen overigens de verkiezingen met gemak maar toch blijft deze oneliner van Bentsen legendarisch!

Lees meer »

Opeens gaat Jan Peter Balkenende in de aanval

Door onze experts Lars Duursma en Victor Vlam

Gepubliceerd op woensdag 2 juni 2010 in nrc.next

Ruim vier minuten was hij ontspannen, sprak hij zelfverzekerd en gebruikte hij humor. Met overtuiging richtte Jan Peter Balkenende zich tijdens het laatste CDA-congres tot zijn achterban. Totdat hij van losse improvisatie overging naar de voorbereide tekst. Van het ene op het andere moment werd het een saai verhaal zonder enige emotionele betrokkenheid. “Denkend aan ons land,” zo sprak de premier: “zie ik niet alleen brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, mooie dorpen, fraaie stadgezichten, indrukwekkende wolkenpartijen en striemende westenwinden…”

Lees meer »

Carré-debat: analyse non-verbale communicatie

Door onze expert Fabienne de Vries

Gepubliceerd op donderdag 27 mei 2010 (Publicaties)

Sommige lijsttrekkers houden hun katheder angstvallig vast. Anderen hangen er aan vast alsof het de toog is in hun favoriete kroeg. De non-verbale presentatie zegt veel over de manier waarop lijsttrekkers in het debat zitten. Een beschrijving per spreker.

Emile Roemer

Roemer heeft het vermogen de mensen te laten smelten. Dat zit hem natuurlijk in die guitige lach. Maar ook zijn ogen lachen en spreken, als één van de weinige overigens! Zijn gezichtsspieren zijn goed ontwikkeld en hij werkt er ook mee. Hij kijkt recht en oprecht in de camera, waardoor je als kijker je ook persoonlijk voelt aangesproken. Het kan ook in het postuur zitten: vollere mensen komen minder bedreigend over. Zijn articulatie is niet heel sterk, waardoor je meer naar de persoon kijkt dan luistert naar wat hij zegt. Tot slot was hij de enige die gebruik maakte van ‘de kracht van de stilte’. Tijdens de vragenronde bij Mariëlle Tweebeeke antwoordde hij met een brede lach en stilte; onzekerder kun je een gesprekspartner op dat moment niet maken. Om dan te antwoorden met een rake grap is niet alleen een kunde, maar zorgt er gelijk voor dat het onderwerp in één klap wordt afgesloten. De stilte heeft gewonnen!

Mark Rutte

De meest opvallende beweging van Rutte in dit debat was het nee-schudden. Iets anders dat opviel waren ineens de snuifjes en slis-geluidjes na een aantal zinnen. Deze zeggen grofweg hetzelfde als “…dus! …”, een uiting die het voorgaande vaak ontkracht. Veel beter was zijn lagere stemhoogte en spreektempo, waardoor hij nog meer rust en standvastigheid uitstraalde. Ondanks dat hij moest knokken voor behoud was hij minder drammerig, toonde hij zich comfortabel in zijn verhaal en kwam hij zeer geconcentreerd over.

Job Cohen

Cohen begon al direct met een aanvallende rechte, revancherende houding. Zijn ogen sloten zich langzaam, iets wat geruststellend werkt. Zijn handen hield hij consequent in een ‘ok-teken’ (duim-op-wijsvinger), alleen bij de vragen van Mariëlle Tweebeeke stond hij af en toe even met zijn voeten te wippen. Het verried zijn onzekerheid. Cohen stond duidelijk op scherp en had al zijn energie nodig om zich goed te concentreren.

Geert Wilders

Het begint een beetje een patroon van hem te worden om bozig, vurig en scherp in het begin van een debat te zijn, waarna hij de touwtjes wat laat vieren en zijn menselijke kant laat zien door humor en ontspanning. In lichaamstaal is dat te zien door een koude kille blik die later in schalkse lachjes verandert. Tijdens zijn stand-ups was hij opvallend rustig, ook in zijn handgebaren. Het duidt erop dat hij zich goed voelt zodra hij de totale aandacht heeft. Er is alleen één ding. Steeds nadat Wilders een statement heeft gemaakt gaat zijn tong die langs zijn tanden terwijl hij zijn lippen gesloten tuit. Het kan natuurlijk gewoon een tic zijn, maar in de vakliteratuur wordt het in dezelfde categorie geplaatst als het duimzuigen bij kinderen en bij volwassenen het aan de mond zetten van een vinger, aan een sigaret zuigen of op kauwgom kauwen. Vaak wordt het gebaar verklaard vanuit een innerlijke behoefte aan bevestiging.

Femke Halsema

Vooral met haar oogopslag toont Halsema een ogenschijnlijk oprecht gevoel van zorg en bezorgdheid in haar speeches. Tijdens het debat houden haar heen-en-weer flitsende ogen haar collega’s scherp in de gaten. Dit continu kijken zou een zoek naar bevestiging of reactie kunnen zijn en onzekerheid verraden. Tijdens haar spreken zet ze regelmatig haar kaken op slot, waardoor ze snedig overkomt. Door haar korte ademhaling kan ze gehaast overkomen, met als gevolg opgezwollen aderen in de nek. Dit geeft een gespannen indruk.

Jan Peter Balkenende

Ook Balkenende leek scherper en geconcentreerder dan bij het Premiersdebat. Zijn stem is rustig en laag. Hij heeft een hele duidelijke articulatie en een mooie intonatie. Ook zijn voeten staan in een keurige ‘recht onder de heupen’-positie, wat zijn woorden kracht geeft. Het viel op dat Balkende veel knippert met zijn ogen. Zes tot acht keer per minuut is normaal: de ogen zijn dan slechts een tiende van een seconde gesloten. Mensen die onder druk staan, gaan in hogere frequentie knipperen. Het verschijnsel komt voor bij hen die bewust anderen willen misleiden of uit een gevoel voor superioriteit. De afgemeten houding maken de CDA-leider iets te politiek correct en hij komt daarmee nog steeds wat betweterig over. Zodra hij (in beeld) uit zijn comfortzone wordt gehaald wordt hij ietwat onhandig.

André Rouvoet

Rouvoet stond er minder strak dan bij Kamerdebatten. Sterker nog: hij wist de weinige emotie in de haast onveranderlijke onderste helft van zijn gezicht regelmatig te relativeren met gortdroge humor. Het is waarom we hem zijn doordringende gelaatsuitdrukking wel weer vergeven. De afwisseling zorgde voor een ontspannen indruk. Toch leidden zijn drukbewegende wenkbrauwen te veel af van zijn boodschap. Door zijn handen steeds samen te knijpen, lijkt Rouvoet moeite te hebben met momenten waarop zijn gesprekspartner onvoldoende meebeweegt. Deze laatste twee elementen missen het moreel leiderschap dat Rouvoet verbaal uitspreekt.

Alexander Pechtold

Pechtold droeg een lichtpaarse stropdas, en een glanzende ook nog! Wellicht dat hij daarmee een bepaald signaal wilde afgeven, maar de indruk was flets. Hoe dan ook: hij stond strak in het pak. Iets te strak, waardoor hij in het begin nogal opgeknoopt en verkrampt overkwam. Je zou hem het liefst door elkaar willen schudden om de joviale Pechtold terug te krijgen. Het lastige van Pechtold is dat hij het ene moment Kennedy-achtige ‘puppy-dog eyes’ heeft en als hij zich boos maakt al met opengesperde ogen overkomt alsof hij van autocue leest. De emotie is daarmee niet eenvoudig te peilen, waardoor je het vuur in zijn betoog mist. Mede door de ongereguleerde ademhaling en intonatie blijft Pechtolds boodschap niet hangen. Het geforceerde staan het persoonlijke in de weg. Ik zou tegen hem willen zeggen: Pechtold, gooi je haar los!

Carré-debat: format overzichtelijk, maar interactie te verstrooid

Door onze expert John Bijl

Gepubliceerd op donderdag 27 mei 2010 (Publicaties)

Overzichtelijkheid is een belangrijk criterium voor de kwaliteit van een debat. Wat dat betreft was het gisteravond georganiseerde Carré-debat een absolute winst ten opzichte van de eerdere verkiezingsdebatten. Toch is het de vraag of de zaken waar kiezers hun mening bij verkiezingen op baseren voldoende aan de orde zijn gekomen. Dat lag vooral – maar niet uitsluitend – aan de gedrevenheid van de uitgenodigde debaters.

De organiserende partijen RTL, BNR en Elsevier hebben duidelijk veel aandacht besteed aan de opzet van het debat. Zo was er een beperking van spreektijd, concrete thematiek en goed geleide interactie. Het gevolg? De lijsttrekkers spraken in tegenstelling tot eerdere debatten zelden echt door elkaar heen. Door het scherpe format heeft het debat aan overzicht gewonnen. Iedere politicus kreeg voldoende tijd om zijn of haar standpunt duidelijk te maken. Dat dát niet altijd lukte is geen verwijt aan de organisatie. Want niet iedere politicus bleek goed in staat de betogen van respectievelijk 45 en 30 seconden ten volle benutten.

Wél valt het format aan te rekenen dat met zoveel persoonlijke spreektijd een flink deel van de avond niet is opgegaan aan debat, maar aan monoloog en interview. Met een dikke twintig minuten monoloog en in totaal bijna veertig minuten één-op-één interview tijdens een programma van effectief anderhalf uur, was de mate van interactie — waarin het verschil tussen de partijen écht duidelijk moest worden — vrij beperkt. Door elke spreker uit te nodigen het woord tot de kiezer te richten, stonden de openingsbetogen regelmatig ver van de stelling waarover het debat had moeten gaan. De omschakeling van een betoog aan de kiezer naar een debat met de opponenten bleek ook moeizaam voor de deelnemers. Het bevorderde niet de mate en kwaliteit van interactie.

Gebrek aan duidelijkheid

Ook boden de betogen niet de duidelijkheid van het eigen standpunt die nodig is als uitgangspunt voor een inhoudelijk debat. Zo hield Mark Rutte een betoog dat leidde tot een standpunt over fusies in de zorg, waarna hij vrolijk debatteerde over de hoogte van de individuele zorgbijdrage. Femke Halsema maakte een emotioneel appèl aan de Nederlander om meer bij te dragen aan zorg voor gehandicapten en ouderen, om vervolgens verrassend te beweren dat men niet méér hoefde te betalen. En Geert Wilders moest tot twee keer toe worden gevraagd niet uit te wijden over zijn vaste thema’s maar zich dichter bij de stelling te houden.

Verrassend genoeg en mede door de kordate wijze waarop Nieman de interactie begeleidde, had het debat zelf niet heel erg veel te leiden onder dit gebrek. De sprekers richtten zich in de interactieve ronde met graagte tegen de anderen. Vooral om hen aan te spreken en aan te vallen op onduidelijkheid, onzekerheid of in ogen van de aanvaller onjuiste conclusies. Dit bleek ook weer de makke van dit debat. Ondanks dat de aanvallen zoals bij eerdere debatten géén kanonnade aan interrupties waren, bleven ze een hoofdrol spelen in de vier korte debatten. Of het nu kwam door tijdstekort of door de competenties van de sprekers: aan een inhoudelijk debat met argumenten voor de kiezer om zelf een afweging te maken tussen de verschillen in partijen of lijsttrekkers, kwam men niet toe. Aanvallen waren gedetailleerd (Pechtold: “we hebben het over 50 euro!”, Balkenende citeert uit verkiezingsprogramma’s), kende weinig lijn (meermaals: “maar hoe denkt u over…”) en leken los te staan van de thematiek (“breekpunt”).

Voor of tegen

Van verrassende waarde bleek de verplichting van de organisatie om na het houden van een openingsbetoog met een rode of groene lamp een stem voor of tegen de stelling uit te brengen. Dit leidde niet tot een extra aanmoediging in het debat, maar gaf na een soms onduidelijk betoog wel aan wáár een politieke partij voor kiest.

Een compliment is er zeker voor de tijdsbewaking en aankondiging van de sprekersvolgorde door debatleider Nieman. Nieman begreep duidelijk dat een van zijn taken was het debat overzichtelijk te laten verlopen. Het was beter geweest om bij betogen de klok zichtbaar voor de sprekers (maar onzichtbaar voor de kijker) mee te laten lopen, zoals bij debatten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk het geval is. De belangrijkste kwaliteit van de gesprekleider was zonder meer de manier waarop hij de spreektijd verdeelde. Meermaals liet hij sprekers bij directe aanvallen op hun persoon niet direct spreken, maar verlegde hij eerst het woord. Mede hierdoor, samen met het tijdsformat en het gebrek aan ruimte voor interactie werd het gehakketak en het gewelles-nietus voorkomen. Toch valt op te merken dat de journalist en interviewer Nieman zijn rol van inhoudelijk begeleider met meer moeite wist te vinden. Zijn toelichtende vragen waren gericht op de spreker en verlegden onvoldoende het woord terug in het debat.

Mariëlle Tweebeeke

Een laatste woord is voor de één-op-één interviews gehouden door RTL -nieuwslezer Mariëlle Tweebeeke. De afwisseling was verfrissend, hoewel ze ten koste ging van interactie tussen de lijsttrekkers. Tweebeeke vervulde haar rol met verve, beet vast en liet zich met twee uitzonderingen (Balkenende’s “u kijkt zo lief” en Roemer’s charmeoffensief) niet afleiden van haar taak een lijsttrekker te confronteren – en zelfs bij die incidenten pakte ze haar rol snel weer op. De vragen leken wel van wisselend niveau doordat de ene lijsttrekker met uitsluitend inhoudelijke vragen werd geconfronteerd (Rutte met zijn positie over de hypotheekrenteaftrek en Roemer met zijn werkgelegenheidspolitiek) en de ander met suggestieve, haast normatieve vragen (de vraag “waar heeft u het verloren?” aan Pechtold). Daarbij was het format sterker uit de verf gekomen wanneer er ook een inhoudelijke relatie was geweest tussen de vraag en het te voeren debat met de anderen.

Per saldo heeft de kijker een prettig uitgevoerd en onderhoudend debat gezien. Dat eerste is een compliment, dat laatste een lofuiting met een ondertoon. Kiezers kunnen zich de vraag stellen of datgene waar zij hun mening voor de verkiezing op baseren voldoende in dit de debat aan de orde zijn gekomen. De bijdragen bleven weinig concreet, de aanvallen te gedetailleerd en de interactie te verstrooid. En dat is niet alleen een opmerking aan het adres van de organisatie of de gespreksleiding, maar zeker ook aan het adres van de optredende politici.

Carré-debat: Roemer verrast, anderen vallen in herhaling

Door onze experts Lars Duursma, John Bijl en Victor Vlam

Gepubliceerd op woensdag 26 mei 2010 (Publicaties)

Emile Roemer was de grootste verrassing van het Carré-debat. De SP-leider debatteerde charmant en had nauwelijks aanvallen nodig om zijn eigen boodschap krachtig neer te zetten. Voor de overige lijsttrekkers draaide het debat uit op een herhaling van zetten.
Lees meer »

Premiersdebat: hoe het format niet de inhoud bevorderde

Door onze expert John Bijl

Gepubliceerd op dinsdag 25 mei 2010 (Publicaties)

De kernvraag in dit debat was wie de volgende premier van Nederland moet worden. Het format van RTL maakte het antwoord op die vraag nauwelijks inzichtelijk voor de kiezer. RTL koos er voor om een redelijk vrij format te hanteren. Vier thema’s voor alle vier de debaters tezamen waarbij ze zelf mochten bepalen of — en met wie — ze een één-op-één debat wilden voeren.

De eenvoudige regels kwamen de inhoud van het debat echter niet ten goede. De vrije opzet zonder spreektijden of regels voor interruptie leidde tot een scoringsdrift bij Balkenende, Rutte en zeker Wilders. Die interrupties werden door de gespreksleider vervolgens ook niet gedirigeerd. En daardoor lukte het geen van de lijsttrekkers om meer te doen dan een strak gesneden oneliner of contra-opmerking te plaatsen. Er ontstond dus een wapenwedloop.

Lees meer »

Premiersdebat: wie viel wie aan?

Door onze expert Victor Vlam

Gepubliceerd op maandag 24 mei 2010 (Publicaties)

Debatteren is meer dan aanvallen. Het is ook je eigen verhaal vertellen. Maar een analyse van de gepleegde aanvallen geeft wel aan wie op welk moment relevant is in het debat.

Immigratie

Tijdens dit eerste thema speelt Wilders een grote rol. Hij valt het meeste aan en wordt het meeste aangevallen. Dat is mede dankzij de twee 1-op-1-debatten die hij voert met Job Cohen.

Bezuinigingen

In dit deel speelt Wilders een kleinere rol. Maar dat komt voornamelijk omdat hij zich kan profileren op de AOW. Voor de rest speelt Mark Rutte hier de hoofdrol.

Hypotheekrenteaftrek (HRA)

Wilders wordt hier volstrekt niet aangevallen door de andere lijsttrekkers. Hij probeert hier alle partijen over een kam te scheren door te zeggen dat hij de enige partij is die zekerheid biedt op huur- en koopprijzen. Maar de discussie tussen Cohen (die als enige voor beperking HRA is), Balkenende (die er een breekpunt van heeft gemaakt) en Rutte (wiens partij traditioneel tegen afschaffing of beperking is).

Zorg

Dit debat gaat over een traditioneel links thema. Job Cohen is de enige linkse kandidaat en toch weet hij dit debat niet naar zich toe te trekken. Dit is volgens mij een onderschat maar wel ernstig probleem. Als hij de agenda kan bepalen van een debat, zullen de verkiezingen niet gaan over thema’s waarop hij sterk staat.

Leiderschap

Jan Peter Balkende, op wiens leiderschap het meeste kritiek is gekomen de afgelopen tijd, valt het meeste aan. Job Cohen, wiens leiderschap het meest wordt geprezen, wordt het meeste aangevallen.

Premiersdebat: analyse non-verbale communicatie

Door onze expert Fabienne de Vries

Gepubliceerd op maandag 24 mei 2010 (Publicaties)

Hoe kwamen de lijsttrekkers non-verbaal over tijdens het debat? En wat zegt het over deze vier heren? Hieronder een analyse van hun lichaamstaal.

Jan Peter Balkenende

Toen hij opkwam, leek hij verlegen en stond hij ook een beetje met zijn hoofd naar voren hangend. Later werd hij nonchalant, hangend op één schouder (kroeghouding). Hiermee plaatste hij zich niet krachtig boven de rest. Tegen het einde van het debat werd hij sterker. De premier stond in een keurige rechte houding met een goede voetpositie (recht onder heupen) waardoor hij meer rust en overwicht uitstraalde en hij met meer passie zich op zijn woorden kon richten.

In het begin slikte hij zijn woorden veel in, wat zou kunnen duiden op aftasten van de sfeer. Hij leek nog niet echt te durven. Later werd hij wel iets stelliger, wat hij benadrukte met vingers naar beneden te wijzen en op het katheder te tikken. Ondanks dat hij in zijn woorden aanviel wees hij tijdens zijn betogen nooit met vingertje, alleen als hij een vraag stelde aan iemand. Dit kan ook uit de tent lokken zijn. Tegen het einde, deed hij na elk betoog een stap naar achter. Zo van: “Zo! Die zit!” Dat kan enige vorm van onzekerheid verraden.

Verder houdt hij zijn hoofd een beetje scheef wanneer hij praat, hierdoor lijkt hij kleiner en is hij minder bedreigend. Voor het publiek kan dit goed overkomen. Je toont je kwetsbaar. Maar in een debat moet je je mannetje staan en kan dit een gemengd signaal afgeven.

Concluderend had ik het idee dat hij in het begin een afwachtende houding had. Toen de kemphanen los gingen stond hij erbij en keek ernaar alsof hij Nederland wilde laten zien dat zij meer behoefte zouden hebben aan het continueren van de standvastige normen en waarden van weleer.

Job Cohen

De oud-burgemeester van Amsterdam kwam statig op. Met rechte schouders, zijn kin omhoog, liep hij af op het katheder. Zijn lichaam stond op aanvallen, maar zijn gezicht verried dat hij zich ook schrap zette (licht grimmig glimlachje). In zijn houding vertoonde hij een hoop kwetsbaarheid door zijn handen voor zijn kruis te houden. Dit wordt de vijgenblad-houding genoemd en ook wel de ‘kapotte-ritshouding’. Daarmee wil hij zijn ‘kwetsbare’ kant wil verbergen.

Zijn handen kon hij in het begin goed bedwingen door een OK-teken te maken als hij iets wilde benadrukken in plaats van met een vinger te wijzen. Later verviel hij hier wel een paar keer in. Door de duim en wijsvinger op elkaar te plaatsen vermijd je dat je jouw publiek intimideert. Voor het publiek is dit dus aangenaam, maar in een debat wellicht iets minder sterk.

Zijn stem is laag en rustig. Dit straalt overwicht en vertrouwen uit. Maar wil hij ook bevlogen overkomen, dan moet hij hard werken. Voor het publiek zal hij echter wel een deskundige en betrouwbare indruk afgeven.

In het begin dwaalden zijn ogen en hoofd regelmatig af naar beneden. Regelmatig leek hij de kijken naar zijn katheder. Hiermee gaf hij afkeuring aan. Tegelijkertijd was het zijn manier om in zijn eigen hoofd te duiken op zoek naar zijn eigen verhaal en een tegenaanval. Voor het publiek komt dit wellicht onzeker over, maar in de lichaamstaal kun je er je tegenstander ook onzeker mee maken. Je weet dat wanneer het hoofd weet opgeheven wordt je een tegenaanval kunt gaan verwachten. Echter bij Cohen was de aanval niet altijd even sterk.

Zijn handen hield hij veel open en naar voren gericht, wat duidt op ‘iets willen aanbieden/verkopen’.

Over het algemeen heeft Cohen het in al zijn kwetsbaarheid naar mijn idee goed gedaan voor het publiek. Zijn onbedoelde opstelling als underdog en onbekwaamheid in debatteren kan voor hem in dit geval gunstig uitvallen bij een onwetend publiek.

Mark Rutte

Kwam overtuigend over maar wel een beetje populair. Hij presenteerde zich zelfverzekerd; alsof hij al had gewonnen. Met de duim omhoog kwam hij op. (Wat overigens in Griekenland betekent: ‘krijg de klere!’) Daarmee plant hij psychologisch een zaadje, net als sporters die de overwinning al vooraf visualiseren.

Rutte was het schoolvoorbeeld in sterk, evenwichtig en overtuigend overkomen. Maar voor sommigen wellicht ook te glad, te ‘verkopend’. Alles duidt op zijn achtergrond in het zakenleven. Hij gebruikt grote handgebaren en bakent iets af met een gebaar (handen verticaal naast elkaar met 20cm ertussen, het belang van iets aangeven).
Zijn handpalmen zijn vaak naar beneden gericht wat staat voor autoriteit. Zijn linker voet plaatst hij naar voren wat aangeeft dat hij leiding probeert te nemen.

Met zijn stem daarentegen zat hij vrij hoog. Daardoor moet hij extra letten op zijn spreektempo, zeker in een debat waar grote snelheid in zit. Doet hij dat niet, dan komt hij al snel als een opgewonden standje over. En dat nemen we al snel minder serieus. Dus een goede inhoud kan teniet worden gedaan door een hoge toon en drammerige houding.

Over het algemeen zie je bij Rutte dat hij heel veel training heeft gehad. Dat weet hij ook heel goed te implementeren in zijn optredens!

Geert Wilders

Geert Wilders leek ontspannen op te komen maar zat wel aan zijn neus. Dit overkomt veel mensen. Op momenten dat er spanningen zijn (of er gelogen wordt) stijgt de bloeddruk en de zenuwuiteinden in de neus gaan tintelen. De neus zwelt dan iets op; het Pinokkio-effect. Hetzelfde gebeurt als iemand boos, ontsteld of angstig is. Bij de opkomst van Wilders kan het nog niet om liegen gaan en zal het dus te maken hebben met een angstige spanning. Dat verbloemt hij netjes met een scheef glimlachje, waarmee hij zijn tegenstanders spreekwoordelijk ‘de tanden laat zien’. Als in: aanval is de beste verdediging. Dit kwam ook duidelijk naar voren in het begin van het debat waar hij meteen in de aanval vloog.

Zijn handen had hij in het begin rustig en laag, maar later was hij de koning van het wijzende vingertje. Met het vingertje zeg je niets anders dan: “gehoorzaam, anders zwaait er wat”. Dat komt dominant over. Alleen wanneer hij zijn eigen standpunten duidelijk maakt, gebruikte hij het duim-op-wijsvinger-gebaar, oftewel het OK-teken. Ook om aan te geven dat hij volledig achter hetgeen staat dat hij zegt.

Wilders was de enige die voortdurend zijn tegenstanders recht in de ogen durfde aan te kijken. Maar hij keek ook regelmatig als hij aan het woord was naar beneden-links (zichzelf mentaal toespreken) en beneden rechts (zich een gevoel herinneren). Hierdoor werd zijn betoog oprecht.

Zijn hoofd hield hij continu recht. Dit staat voor superioriteit en macht.

Over het algemeen was het bij Wilders moeilijk om veel van zijn lichaamstaal te achterhalen. Met name of hij iets bewust of onbewust deed. Hierdoor wordt hij een beetje ongrijpbaar. In het begin van het debat heeft hij zijn stempel op het debat gedrukt. Later zag ik dat hij regelmatig een lachje vertoonde waardoor hij er meer lol in kreeg en het gevoel had dat zijn aandeel aan het debat al geleverd had. Bij Geert Wilders is presentatie niet het halve werk, zoals wel eens wordt gezegd, maar het hele werk.

Premiersdebat: Cohen beheerst dynamiek van het debat onvoldoende

Door onze experts Lars Duursma, John Bijl, Victor Vlam en Eric Stam

Gepubliceerd op zondag 23 mei 2010 (Publicaties)

Job Cohen beheerst de dynamiek van het debat onvoldoende. Dat concluderen de debatexperts van Debatrix in hun analyse van het RTL premiersdebat. De PvdA-leider werd met name tijdens het eerste helft van het debat hard aangevallen door Geert Wilders en Mark Rutte. En met die aanvallen wist Cohen zich geen raad.

Het leek erop alsof Cohen zich erop had voorbereid elke vraag in drie fasen te beantwoorden: hierover zijn we het eens, hierover zijn we het oneens, en dit is waar de PvdA voor staat. Maar door het hoge tempo in met name het begin van het debat kwam hij nooit aan de cruciale derde fase toe. De oud-burgemeester van Amsterdam leek zich te hebben voorbereid op een inhoudelijk gesprek en beheerste de dynamiek van het debat onvoldoende. Te makkelijk liet hij zich steeds afkappen, zowel door de lijsttrekkers als door presentator Frits Wester.

Pas halverwege het debat herstelde Cohen zich enigszins. Dat leek met name te komen doordat hij minder werd aangevallen en omdat het tempo van het debat aanzienlijk lager lag. Hij had daardoor meer tijd om zijn statements te formuleren en hoefde zonder aanvallen de inbreng van anderen niet in zijn antwoorden mee te nemen.

Mark Rutte toonde zich de meest vaardige debater. Zijn aanvallen waren snedig, strategisch en slim getimed. Hij werd veelvuldig aangepakt door de andere lijsttrekkers maar weerlegde elke aanval inhoudelijk en beknopt.

Jan-Peter Balkenende viel iedereen aan. Hij legde continu uit waarom je beter niet op PvdA of VVD kunt stemmen. Zelfs in zijn slotpleidooi lag de nadruk op de standpunten van andere partijen. Waarom je wél op het CDA moet stemmen, liet hij onderbelicht.

Geert Wilders viel Cohen keihard aan op immigratie en nam het initiatief in de discussie over bezuinigingen door direct te beginnen over de AOW. Op andere terreinen was hij minder aan het woord en kwam hij minder goed uit de verf.

In vergelijking met de Britse en Amerikaanse verkiezingsdebatten was er bij het RTL premiersdebat weinig ruimte voor de inhoud. Het zou goed zijn de lijsttrekkers bij volgende verkiezingsdebatten langer de tijd te geven om hun standpunt uiteen te zetten en op de standpunten van de andere lijsttrekkers te reageren. Zo wordt het eenvoudiger voor de deelnemers aan het debat om hun inhoudelijke meningsverschillen met de andere partijen voor de kiezer duidelijk te maken.

Radio 1 Debat: uitgebreide analyse

Door onze expert Victor Vlam

Gepubliceerd op zaterdag 22 mei 2010 (Publicaties)

Er lijkt zich in deze verkiezingscampagne een heftige strijd te ontwikkelen om het premierschap. Tussen Job Cohen, Jan Peter Balkenende en Mark Rutte. Zondag vindt het eerste tv-debat tussen deze drie heren plus Geert Wilders plaats op RTL4. Maar in het eerste half uur van het Radio 1 Debat debatteerden ze al met elkaar. En wel over het belangrijkste thema van deze verkiezingen: de bezuinigingen. Daarom wordt dit eerste half uur nader geanalyseerd en onderzocht.

Nader onderzoek wijst uit dat Balkenende hard om zich heen slaat. Rutte debatteert fel en zonder zijn tegenstanders te sparen. Cohen doet niet mee en incasseert vooral.

Balkenende eist het initiatief op

Laten we eens kijken hoe vaak ieder het woord heeft genomen. We kijken hier naar het aantal keren dat iemand het woord opeist in het eerste debat. Dus zonder een vraag te krijgen van een gespreksleider of te worden aangevallen door een van de andere lijsttrekkers.

Er is hier een duidelijk waarneembare trend dat Balkenende het initiatief naar zich toetrekt. Bijna drie keer zo vaak als Rutte eist hij het woord op.

Dat wordt ook bevestigd door hoe de huidige premier het nieuws rondom de debatten domineert. Het feit dat hij de hypotheekrenteaftrek wel tot breekpunt verklaarde en de VVD niet, was nieuws. Balkenende probeerde hier Rutte rechts in te halen. Door het tot breekpunt te verklaren gaf hij aan hoe belangrijk het voor hem wel niet is.

Daarbij is het belangrijk om te zien wat hij precies zei: ”Voor mij is het een breekpunt”. Niet voor het CDA, maar voor Jan Peter Balkenende is het dus een breekpunt. Mocht Balkenende vertrekken na de verkiezingen, dan is het dus niet ondenkbaar dat de nieuwe leider wel in een coalitie stapt om “te morrelen” aan deze controversiële aftrekpost.

Het is duidelijk dat het CDA zich realiseert dat ze grote electorale problemen hebben. Balkenende is niet content om stil te blijven zitten en 9 juni stilletjes af te wachten. Hij zal er alles aan doen om deze verkiezingen toch te winnen. Daarmee is hij in elk debat tot die tijd een grote onvoorspelbare factor. Wat hij gaat doen, weet je niet. Hij is bereid om alles te proberen in de zoektocht naar een aanval die aanslaat bij de kiezer.

De “kitchen sink” strategie wordt dit ook wel genoemd. Gooi alles in de gootsteen op je tegenstander af om te zien of iets blijft plakken.

Rutte in de aanval

Het woord opeisen is één. Het vervolgens effectief gebruiken is iets heel anders. Laten we daarom eens kijken hoe vaak de lijsttrekkers elkaar hebben aangevallen.

We zien dat Mark Rutte de meeste aanvallen pleegt (12). Maar het grootste deel van die aanvallen is gericht niet op Job Cohen maar op Jan Peter Balkenende. Waarom? Jegens Cohen kan hij de VVD goed profileren als duidelijk rechts. Maar bij Balkenende kan hij ontevreden CDA-kiezers wegplukken.

Deze strategie van Rutte hadden de experts van Debatrix vooraf voorspeld, maar het leek toch als een verrassing te komen voor Cohen. De PvdA-leider richtte zijn (2) peilen op Rutte, terwijl hij zelf meer klappen kreeg van Balkenende.

Overigens kwam de sterkste aanval van Rutte op Cohen in een later debat. Toen verweet de VVD-leider de oud-burgemeester van Amsterdam gebrekkig leiderschap. Leiderschap is tot nu toe het sterkste punt van Cohen geweest. Hij wordt gezien als een bijzonder burgemeester. Dat Mark Rutte hier een aanval op pleegt is geheel volgens het draaiboek van de Amerikaanse spindoctor Karl Rove.

Rove gaf George W. Bush het advies zijn tegenstanders aan te vallen op hun sterkste punt. Daarom viel hij tegenstrevers als John Kerry en eerder John McCain aan op hun uitmuntende reputatie als oorlogsveteranen. De strategie is sterk: als er twijfel ontstaat over het sterkste punt van de tegenstander, dwing je de kiezer hem opnieuw te evalueren. Maar hij is ook riskant. Een te harde aanval kan als een boemerang terugkomen wanneer hij wordt gezien als ongegrond. Op basis van de matige verdediging van Cohen lijkt dat echter (nog) niet gebeurt te zijn.

Er wordt wel eens gezegd dat een kandidaat-premier niet fel of fanatiek moet debatteren. Hij zou dan niet premierwaardig overkomen. Maar als de (recente) geschiedenis enige indicatie is, dan is dat een foutieve assumptie. Pim Fortuyn debatteerde niet alleen fel, hij treiterde zijn tegenstanders openlijk. Zo vond hij het jammer “dat de heer Melkert niet wat vrolijker is” in een legendarisch debat op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2002.

Ondanks dat dit niet gedrag is dat doorgaans wordt gezien als premierwaardig, werd hij wel een grote kans toegedicht premier te worden. Dus de felle toon in het debat van Rutte hoeft hem niet het premierschap te kosten.

Cohen in de problemen

De reden dat Cohen zo weinig aanviel was dat hij constant bleef hangen in de verdediging. Wellicht had hij niet verwacht dat hij de meeste klappen van het CDA zou krijgen.

Na een aanval is het de kunst om na het kort en krachtig te hebben gepareerd van een aanval, zelf terug te slaan. James Carville, campagneleider van ondermeer Bill Clinton, zei daarover ooit: “Je tegenstander kan niks akeligs over je zeggen, zolang hij jouw gebalde vuist in zijn mond heeft.” Door in de verdediging te blijven hangen, was Cohen gemakkelijke prooi in dit debat.

Job Cohen liet zich niet zomaar de kaas van zijn brood eten. Zelfs zijn boterham was door anderen weg gesnoept.

Matige debatvorm

De gekozen opzet van het debat, heeft vermoedelijk de problemen voor Cohen versterkt. Die was uiterst rommelig en nodigde uit tot veel onduidelijk gehakketak. “Ik weet niet of mensen dit kunnen volgen”, constateerde debatleider Wilma Borgman tot drie keer toe in het eerste half uur.

In het eerste uur kwamen aan bod: hypotheekrenteaftrek, AOW, Bosbelasting, gehandicaptenzorg, zorgtoeslag, huurtoeslag, leenstelsel, kindregeling, kinderbijstand en lastenverlaging. De lijsttrekkers sprongen van de hak op de tak. De gespreksleiders vielen door de mand. Zelden namen ze de regie of voorkwamen ze dat de lijsttrekkers door elkaar heen praatten. De vraag is dan ook of kiezers wat zijn opgestoken van dit debat.

Maar het leidde er ook toe dat elke lijsttrekker zijn eigen momenten moest opzoeken en pakken. Cohen slaagde daar het minst in. Daardoor raakte hij door deze debatvorm nog eens extra ondergesneeuwd.

Totale spreektijd

De dynamiek in het eerste half uur heeft de trend gezet voor de rest van het debat. Als we kijken naar de spreektijd zien we dat Cohen daar ver achterloopt op zijn belangrijkste rivalen.

Er zijn grofweg drie verschillende categorieën. Mark Rutte heeft de meeste spreektijd gehad. Dat is niet heel opmerkelijk aangezien hij in bijna alle peilingen bovenaan staat. Bij hem valt dus het meest te halen, redeneren de anderen waarschijnlijk. De voorsprong op Balkenende heeft hij voornamelijk te danken aan het eerste debat waar hij een minuut meer heeft gesproken dan zowel Balkenende als Cohen.

In de tweede groep zitten Balkenende en Cohen, waarbij Cohen opvallend minder heeft gesproken dan zelfs Alexander Pechtold. De laatste groep bestaat uit de lijsttrekkers van kleinere partijen. De uitzondering is SP-leider Emile Roemer, die nog moeite heeft zijn partij relevant te maken in de debatten.

Het is natuurlijk niet zo dat degene die het meest spreekt het debat wint. Sterker nog, je mag zelfs geen verband concluderen. De debater die één sterke opmerking plaatst, kan in de ogen van de kiezers best de winnaar zijn. Maar in dit geval toont het een gebrek aan initiatief aan van Job Cohen. Hij sprak minder, wel voortdurend aangevallen maar leek het zijn tegenstanders niet gemakkelijk te maken.

Op naar het Premiersdebat…

De vraag voor het RTL4 Premiersdebat is: blijft deze dynamiek in stand? Als dat zo is, stevent Nederland af op een premierschap van Mark Rutte. Zal Job Cohen in een (vermoedelijk) betere debatvorm beter uit de verf komen? Als dat zo is, is veel schade gerepareerd. Van een tv-debat zijn per definitie beelden en daarmee heeft het debat een groter bereik. Hoe zal de doorgaans onvoorspelbare Geert Wilders het debat naar zich toe proberen te trekken? En zal Jan Peter Balkenende wederom elke aanval proberen die hij tot zijn beschikking heeft? Zal er één aanslaan? Vanavond weten we het.

_________________
* = het betreft hier spreektijd in minuten tijdens het debat waarbij de introductievragen voorafgaand aan het eerste en tweede uur niet zijn meegenomen. Daar wordt immers niet gedebatteerd. Hoewel het zo accuraat mogelijk is bijgehouden, is het niet tot op de seconde nauwkeurig.

Radio 1 Debat: Mark Rutte domineert eerste verkiezingsdebat

Door onze experts John Bijl, Victor Vlam en Eric Stam

Gepubliceerd op vrijdag 21 mei 2010 (Publicaties)

Het eerste debat tussen de lijsttrekkers op Radio 1 werd volgens de debatexperts van Debatrix gedomineerd door Mark Rutte. Hij maakte het zijn directe tegenstanders lastig door genadeloos te hameren op de bezuinigingen en hen vaak hard aan te vallen. Cohen en Balkenende bleven overeind maar zijn beschadigd. De grote verrassingen in dit debat waren André Rouvoet en Marianne Thieme.

Lees meer »

Radio 1 Debat: voorbeschouwing

Door onze expert Victor Vlam

Gepubliceerd op donderdag 20 mei 2010 (Publicaties)

Het Radio 1 debat is het eerste verkiezingsdebat waar de lijsttrekkers elkaar treffen in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. Daarmee is het de eerste kans om te zien welke strategieën de lijsttrekkers zullen volgen. Niet alleen voor de kiezers, ook voor de lijsttrekkers. Daarmee is de uitkomst van het debat onvoorspelbaar en waarschijnlijk toonzettend voor de rest van de verkiezingsstrijd.

Waar moeten we op letten tijdens het debat?

Lees meer »

Wat kun jij leren van spindoctor Jack de Vries?

Gepubliceerd op woensdag 10 maart 2010 (Overtuigtips)

Wekelijkse overtuigtipGisteren ontving staatssecretaris van Defensie Jack de Vries in Nieuwspoort het eerste exemplaar van U draait en u bent niet eerlijk. In het boek beschrijven (anonieme) politici, journalisten en voorlichters de rol van spindoctors in politiek Den Haag, en de spintechnieken die zij gebruiken.

Jarenlang stond het CDA bekend om haar superieure spin. En jarenlang verprutste de PvdA elke mogelijkheid om de beeldvorming een positieve draai te geven. Des te opmerkelijker was het om de laatste twee weken te zien hoe de PvdA het CDA keer op keer aftroefde in de beeldvorming. Zo verloor de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen ruim drie keer zoveel zetels als het CDA. En toch was het vooral Jan-Peter Balkenende die in de beeldvorming als verliezer overkwam. Wat ging hier mis?

Lees meer »

Wie A zegt, moet A blijven zeggen

Door onze experts Lars Duursma en Job ten Bosch

Gepubliceerd op maandag 14 januari 2008 in nrc.next

Bungee jumpingIeder mens heeft een innerlijke drang om consistent te zijn. Inconsistente mensen ervaren we bovendien als onbetrouwbaar. Want: wie A zegt moet A blijven zeggen, zelfs als dat niet verstandig is. Daar kun jij weer handig op inspelen. Consistentie is de norm, en politici die worden beticht van inconsequent gedrag worden hard afgestraft. Lees meer »

Jan Peter Balkenende: Goede leerling moet nog leren

Door onze expert Lars Duursma

Gepubliceerd op dinsdag 21 november 2006 in nrc.next

Jan Peter BalkenendeJan-Peter Balkenende is wat betreft debatteren geen natuurtalent. Maar hij is wel een goede leerling. Sinds de verkiezingsdebatten in 2003 is hij enorm vooruitgegaan. Meer dan vroeger weet hij zijn gespannen trekjes verborgen te houden voor de camera. Hij kneep tijdens het RTL-debat zijn vingers bijna fijn van de zenuwen. Maar wel buiten beeld. Zijn wat houterige optredens roepen vaak uiteenlopende reacties op. Qua houding (hij staat stijf, beweegt weinig) en qua taalgebruik („toch?”) komt hij nog steeds onzeker over. Maar aan de andere kant geldt in de politiek: hoe meer macht, hoe minder armbewegingen. En dus oogt hij als een staatsman, in tegenstelling tot de druk bewegende Bos. Lees meer »

Debatanalyse EénVandaag-debat

Door onze expert Lars Duursma

Gepubliceerd op donderdag 16 november 2006 (Publicaties)

Het EénVandaag-debat kenmerkte zich door grote woorden en weinig inhoud. Tussen de vele verkiezingsdebatten door benadrukken de lijsttrekkers doorlopend dat het “vooral om de inhoud” moet gaan. Maar bij het EénVandaag Lijsttrekkersdebat konden grote woorden en schaamteloos populisme het gebrek aan inhoud niet camoufleren. En dus kozen de kijkers thuis als winnaar een lijsttrekker die zich het meest thuis voelt bij dit retorisch geweld: Jan Marijnissen.

Lees meer »

  • Nieuws & publicaties
  • Gratis overtuigtips

Een akkoord framen, hoe doe je dat?

21/5 - Politici in Nederland zouden meer moeten letten op de termen die ze gebruiken, betoogt Lars Duursma in NRC Handelsblad. Ze kunnen van grote invloed zijn op de kiezer. Maar alleen...

Lees verder »

Topondernemers aan het woord in boek over groei

26/4 - Lars Duursma is samen met 63 andere ondernemers geïnterviewd voor ‘Growth in a difficult decade’. Het boek heeft een wereldwijde oplage van één miljoen exemplaren en alle opbrengsten gaan naar...

Lees verder »

Meer nieuws & publicaties

16/5Wil je overtuigen? Noem óók een nadeel!
9/5Kies!
2/5Geef eens géén advies
18/4Het geheim van een goede pitch

Ontvang gratis overtuigtips!

Meld u nu aan voor onze wekelijkse overtuigtips en ontvang elke woensdag een concrete strategie die u direct kunt toepassen om uw collega's, klanten of partner te overtuigen.

Zo'n 3.000 mensen ontvangen wekelijks onze beste overtuigtips. Zij leerden onder meer hoe je een controversieel voorstel verdedigt en hoe je slecht nieuws vertelt aan een goede relatie.

Meld u nu aan:

Ik ontvang graag elke week
een gratis overtuigtip!
(1x per week - afmelden is simpel)

Recente overtuigtips

16/5Wil je overtuigen? Noem óók een nadeel!
9/5Kies!
2/5Geef eens géén advies
18/4Het geheim van een goede pitch
11/4Wanneer je als vrouw een beetje een soort van zeg maar overtuigt
Gratis overtuigtips Geef ons feedback